Samen en/of alleen?

Samen en/of alleen?
Lange tijd was ik ervan overtuigd dat serieus vormgeven een strikt persoonlijke aangelegenheid was. Net als het vertellen van een verhaal, geef je op persoonlijke manier uitdrukking aan waarnemingen en ideeën. Wat is er dan hinderlijker dat iemand anders er met zijn kijk op zaken doorheen komt fietsen. ‘Mijn’ authentieke samenhang tussen materie, vorm en betekenis komt daarbij toch in het gedrang? De ervaring heeft mij geleerd ook de andere kant te zien: de leerwinst die samenwerken kan opleveren. De vraag is echter wanneer en onder welke voorwaarden samenwerking vruchtbaar is.

Allereerst kort iets over gradaties van samenwerken. De eerste categorie betreft activiteiten waarbij kinderen samenwerken met het beschikbare materiaal en gereedschap. Bijvoorbeeld samen doen met een doos oliepastel of het maken van een beeldje uit ijzerdraad. Niet alle kleuren zijn voortdurend beschikbaar en bij het verbinden van onderdelen is het fijn als de ander de losse delen even bijeenhoudt. Daarbij leren ze rekening houden met elkaar, zonder dat ze zich mengen in het ontstaan van elkaars product. De tweede categorie betreft activiteiten waarbij ieder verantwoordelijk is voor zijn eigen product, maar waarin de producten tot een gezamenlijk eindproduct worden samengesteld. Bijvoorbeeld figuren in een collage over de intocht of ruimtelijke beeldjes die een actie van een teamsport uitdrukken. De kinderen moeten daarbij overleggen en afstemmen om tot een acceptabel eindproduct te komen. De derde en moeilijkste categorie betreft activiteiten waarbij ‘from scratch’ wordt samengewerkt. Dat wil zeggen dat overleg al vanaf de ontwerpfase aan de orde is en elke volgende stap gezamenlijk wordt ondernomen.

Samen en/of alleen?
Met zijn tweeën werken is goed te overzien. Elke uitbreiding van het aantal samenwerkende leerlingen maakt het een stuk lastiger. Kinderen weten razendsnel wie ‘er goed in is’ en sporen hem of haar aan alles vorm te geven. Al gauw zie je dan de situatie ontstaan dat één of twee kinderen actief vormgeven en de ander(en) een volstrekt passieve rol innemen. Dat kan voorkomen worden door de opdracht/uitdaging duidelijk voor te structureren. Daardoor ontstaan binnen een opdracht ook sub-vraagstukken. Bij de collage over de intocht moet ook een achtergrond worden gemaakt. Aan welke voorwaarden moet die voldoen om het beeld min of meer ‘kloppend’ te krijgen? Belangrijk is het om kinderen van deze mechanismen op de hoogte te stellen en die tijdens het werk ook te benoemen. Met die inzichten kunnen ze steeds meer aspecten binnen het vormgevinsproces verwoorden.

En dat is nu precies de meerwaarde van samenwerking. Om tot een samenhangend geheel te komen moeten groepsgenoten leren overleggen over de belangrijkste componenten van het vormgeven. Vaak betreffen die ook de doelstelling van de activiteit. Stappen die in een individueel proces onbewust of intuïtief worden genomen, moeten nu stuk voor stuk worden besproken. Dat kost tijd en communicatievaardigheid.

Samenwerken is dus op alle niveaus zinvol en wel in alle vormen:

  • Kleuters hebben er geen moeite mee om hun grote tekenvel als gezamenlijk speelveld te zien waarin ze om de beurt en soms gelijktijdig mogen acteren.
  • In de middenbouw stellen kinderen steeds hogere eisen aan de coherentie van het beeld. Dat betekent dat je daar in de opdracht handvatten voor meegeeft.
  • De kinderen van de bovenbouw kunnen goed overweg met een proces over langere tijd. Dat biedt mogelijkheden voor tussentijdse evaluatiemomenten en bijsturing. Dat kan hand in hand gaan met ingewikkeldere technieken, samengestelde materialen en werkwijzen.
  • Creativiteit kan een belangrijk bijproduct van samenwerking zijn. Anderen komen met andere oplossingen dan jijzelf. Als die met elkaar tegen het licht worden gehouden ontstaan er ook weer tussenoplossingen.

Kortom, samen vormgeven ontwikkelt het vermogen tot overleggen, afstemmen, onderzoeken, evalueren en het vinden van oplossingen die aanvankelijk niet binnen het bereik van het individu lagen. Veel lessen van Laat maar Leren bieden de mogelijkheid om kinderen op verschillende niveaus te laten samenwerken. Je kunt het als leerkracht tot doel maken om in de loop van het jaar toe te werken  naar samenwerking. ‘Aan het werk’ wordt dan ‘Samen aan het werk’. Als je de kinderen dan ook nog de mogelijkheid biedt om zelf beeldmateriaal te zoeken ben je  optimaal beland in de 21ste eeuw. 

Sonja Nanov

Terug naar boven
© 2017 Stichting Beeldend Onderwijs

Van werken van beeldend kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2012